Na een minuut of twintig is debui over en in het staartje daarvan schuiven we precies tussen de havenhoofden door in veilig water.Vermoeid maar voldaan dat we dit avontuur overleefd komen we tot rust. Voorlopig blijven we wel even in de haven liggen en vertrekken 2 dagen later wanneer de wind is gaan liggen. We kunnen rustig richting Sønderborg varen en maken we ons op voor het laatste stukje Oostzee naar Kiel. De laatste Deense kronen worden in de stad opgemaakt en we nemen voor ons gevoel afscheid van Denemarken.Dat land is echter niet van plan om ons maar zo te laten gaan, even buitengaats gaat het weer flink te keer en wijken we uit naar de ankerplek Horuphav waar we aan het begin van onze vakantie een weekend hebben gelegen. Daar ankeren we te nonchalant en wederom moeten we 's morgens voor dagen dauw eruit en lukt het om een ernstig konflikt met een visser te voorkomen. Ons anker was gaan slepen en blijven haken achter de rand van één van zijn netten. Met het schaamrood op de kaken zijn we naar de haven bij het dorpje gevlucht. De havenmeester adviseert ons enig geduld te hebben er is storm voorspeld met orkaanachtige buien. Dit is voor ons voldoende waarschuwing en verkennen we de prachtige, bosrijke omgeving. We zetten de wekker op 5 uur in de ochtend en jawel op dat tijdstip is het rustig weer. Ondanks dat het nog donker is vinden we onze weg over de Oostzee. 's Middags is er weer harde wind voorspeld. We zijn net op tijd in Kiel om daar geen hinder van te ondervinden. We sluizen meteen het Noordoostzeekanaal in waar we tussen de hoge beschutte oevers met de wind pal achter flink tempo kunnen maken met de fok uitgerold en de motor op halve kracht. Voor zonsondergang vinden we halverwege het kanaal een prima overnachtingsplek, die dag hebben we 11 uur gevaren en 65 mijl afgelegd wat een record is deze vakantie. Daarmee hebben we wat tijd terug verdiend, dat blijkt ook hard nodig want de dag daarna, komen we niet verder dan Brunsbüttel aan het eind van het kanaal.