Vakantie 2001 naar het Lymfjord-Denemarken

Het is zaterdag 28 juli, we hebben de hele maand augustus (5 weken) voor deze reis. Samen met onze dochter die voor het eerst met haar man en hond op vakantie gaan met hun Waarschip 660, hebben we een zonnige en warme trip de Waal op naar het Pannerdenskanaal en daarna de IJssel af naar Kampen. Bij de ZC vinden we een goed plek om de masten weer omhoog te zetten en in het aangenaam warme water spoelen we de hitte en vermoeidheid van onze lijven.

De volgende dag wordt onze schoonzoon door zijn familie gebracht en drinken we ter afscheid met z'n allen een kopje koffie bij ons in de kuip. Het is nog steeds prachtig en warm weer met een Zuidwesten wind kruisen wij het Ketelmeer over en kunnen na de brug met ruime wind naar Lemmer. Onze favoriete route naar het noorden. In het vaartje (diepgang 1.5 mtr. van het Koevordemeer naar Woudsend vinden we nog een plaatsje voor de nacht, met onze diepgang van 1.35 mtr. nog goed te doen. De volgende dag hoeven we alleen maar het zeil op te zetten en ontspannen  met ruime wind naar het Bergummermeer te varen waar we afslaan de Zwemmer in. Toch wel makkelijk zo'n strijkbare mast, de steun t.o.v. vorig jaar nog 15 cm. lager gesteld en zonder oponthoud varen we onder alle bruggetjes van 2.25 mtr. door. Dit is de kortste weg naar het Lauwersmeer, net door de sluis ontmoeten we in het voorbijgaan een oud collega die net terugkomt van Denemarken en die we vorig  jaar op Norderney tegen kwamen. Ze zijn ook naar het Lymfjord geweest en vertellen in het kort dat ons veel moois te wachten staat. Eerst varen we naar de Lauwersoog met een flink aantrekkende wind, gaat het razendsnel.

Eindelijk zout water na de Robbensluis, kruisend het Westgat uit, zon en een stevig zuidwesten windje, we verheugen ons al op de ruime koers, maar daar aangekomen heeft de wind er steeds minder zin, uiteindelijk bij windstilte starten  we de motor, Jan wil wel naar Borkum in afwachting van meer wind de volgende dag, José wil verder naar Norderney. Zij krijgt haar zin maar moet dat wel bekopen met een flink portie zeeziekte, door flinke golven en geen wind, gezien het tij is het goed mogelijk om onder Juist door te varen, dit brengt na 2 uur ongerief, heerlijke rust. We kunnen met weinig wind en stroom mee, hoog aan de wind nog tot aan het wantij zeilen. We zijn mooi op tijd en kunnen zonder de grond te raken ruim 2 uur voor hoog water over het wantij naar de haven van Norderney. Van waaruit de volgende dag bij een stevige O 5 naar Helgoland willen varen, maar bij de uiterton keren we op onze schreden terug omdat we, met veel moeite zeer hoog aan de wind, met een daardoor matige voortgang koers kunnen houden richting Helgoland een tocht van ongeveer 45 mijl waar we de hele dag over zouden doen met voorspellingen van toenemende harde wind tegen de avond. In de haven terug luieren we in de warmte van de dag totdat we van onze ligplaats weg moeten die van een eilander bleek te zijn, we keizen voor een plekje tussen de palen vlak bij de wal waar de bijboot dienst moet doen als verbinding met de steiger. Lekker rustig liggen en goed in de luwte, ondanks de luwte draaien we de volgende dag de boot omdat het echt hard is gaan waaien uit het Z.O. 7 en we blij zijn in veilige haven te liggen. De wind is de volgende dag voldoende afgenomen ZW 5om alsnog de 42 mijl naar Helgoland in een voor ons recordtijd van 7 uur af te leggen. De golven zijn hoog de wind pittig maar bijna pal achter, gelukkig weinig grote scheepvaart op de 3 verschillende verkeersroutes die we over moeten steken. helgolandNet voor Helgoland krijgen we nog een buitje maar na een kwartier is het alweer droog, we varen langs de voor anker liggende passagiersschepen die hun klandizie lossen in houten vletten die in korte tijd naar de wal varen om de kooplustigen tax free tevreden te stellen. Ook wij profiteren er van en bunkeren onze dieseltank tot aan de rand toe vol, een paar flessen jachtbitter en een slof shag komen ook goed van pas. In deze voor de pleziervaart vrij dure haven 25 Dmark, 5 rijen dik en toiletgebruik tegen extra betaling. Ook het water is niet gratis en slechts op 1 plaats verkrijgbaar, aan de overkant bij van de haven onder het kantoor van de havenmeester. Bij laag water is dat een flinke klim, de slang is gelukkig lang genoeg. Ankerplaats is er in beperkte mate in de voorhaven, maar daar moet ook voor betaald worden! Bij het zoeken naar een ankerplaats moet je vooral rekening houden met de lange stenen strekdam, vorig jaar hebben we daar op een onvriendelijke manier kennis meegemaakt.

De nacht zijn we goed doorgekomen, gelukkig vertrekken onze naastliggers op hetzelfde tijdstip en geeft dat geen problemen, moesten we vorig jaar de spinaker nog hijsen om enige voortgang te maken, nu racen we met ZW 6 van het ene golfdal naar het andere richting Hørnum op Sylt. Het is beter om maar vooruit te blijven kijken en niet achterom naar de krullers op de golven. De wind nog steeds ruim en donkere wolken doen regelmatig nog meer wind vrezen. Weer leggen we de afstand van ruim 40 mijl in een recordtijd af en met Hørnum in het zicht breekt de zon door en worden het nog aangenaam. Ook aan Hørnum hebben we bijzondere herinneringen, vorig jaar hebben we er een volle week gelegen omdat we in de haven onze schroef verloren, die daar door leden van de SYC is opgedoken maar we tevergeefs gewachten hebben op het toezenden van een borgmoer. Na die week zijn we met een noodvoorziening, stuk slang met slangklem, weer huiswaarts gegaan. Dit jaar geen ernstige problemen die een verder varen belemmeren, we kiezen zie via de "Theeknobs", een smalle doorgang over ondiepten voorn het eiland Sylt. Dit scheelt een paar mijl in de route naar Esbjerg, we zitten nog vroeg in het tij en het is even zoeken naar een doorgang in de branding die we op tijd vinden.