Op zee kan het zeil gehesen worden en maken we ons op voor een lange dag varen met ruime wind, de voortgang is voldoende het weer aanvankelijk zonnig, later op de dag bewolkt en bij de invaart naar de haven van Esbjerg regen. De haven ligt vol met schepen die meegdaan hebben aan de Tall-ship Cuttysark race, die hier zijn eindbestemming heeft geesbjergwonnen. De "Amsterdam" is overall winnaar geworden en met grote spandoeken wordt dit kenbaar gemaakt. In de regen wandelen we de kades af met al deze oude glorie, maar om er meer van te maken zit er niet in, we zijn moe en gaan vroeg te kooi. Voor de volgende dag staat er weer een lang traject van ruim 40 mijl op het programma, het is dan lekker zonnig maar heel weinig wind. Omdat we vanwege onze hond Rex elke avond in een haven willen liggen, zetten we dan maar de motor aan om voortgang te maken. We hopen nog op wind maar de hele dag laat deze het afweten en zijn we genoodzaakt om de motor bij te houden tot de haven van Hvide-sande, een vissershaven met goede afmeermogelijkheden voor pleziervaart halverwege de lange kust aan de Noordzee. Ander mogelijkheden zijn er ook niet, vanaf Sylt ben je wel gedwongen om grote dagafstanden te maken, tussenhavens zijn er niet of je moet zover omvaren dat de haven op de route bijna even ver is.

Het is inmiddels 7 augustus, het regent dat het giet, de wind is ZO 6, aflandig en het vertrek lijkt eenvoudig maar het uurtje wachten op droog weer brengt de wind met dezelfde kracht naar ZW. De golven lopen stijl omhoog tegen de stroom in de haventoegang. We wagen het er op, tanden op elkaar en volle kracht vooruit, alsof je onder een keiharde douche staat. Een paar mijl op zee wordt de zeegang milder en kunnen we het gereefde tuig hijsen. Opnieuw flinke golfdalen met krullers jagen ons met ruime wind langs de deense noorzeekust op weg naar Thyborøn. De dag is weer lang de afstand weer ruim 40 mijl, maar heelhuids en droog bereiken we de haven. Gelukkig geen dag te vroeg de wind trekt aan tot stormachtig ZW 9 en vanuit onze veilige haven gaan we regelmatig naar het natuurgeweld kijken. We zien de reddingsboot uitvaren, deze begeleid een nederlands jacht een waarschip 900 naar de haven. De 2 mannen waren 3 dagen onderweg geweest en kwamen van Vlieland, ze hadden niet op eigen kompas de invaart van het Lymfjord aangedurfd. De harde wind houdt de hele dag aan en blijven we in de haven van Thyborøn liggen, helaas heeft het stadje weinig tot niets te beiden, visserij en industrie voeren de boventoon. De volgende dag staat de wind ons toe om verder het Lymfjord in te varen, eerts door een vrij smalle bebakende geul, daarna met veel ruimte en geen bakens op naar de brug over de Odde-Sund. Een zeiljacht wat ons halverwege op de motor was gepasseerd lag nog te wachten en gingen we tegelijkertijd onder de brug door. Na de brug direct stuurboord uit de Venø-Sund in met halve wind kracht 5 een snelle trip, aan het eind van deze sund is het vrij smal en de veerboot vaart vaak heen en weer. In de buurt van Struer in de Struerbucht vinden we een hele rij ankerballen. We zoeken een mooi plekje ten opzichte van de wal, helaas zijn de ankertjes van deze ballen te klein en tijdens de lunch merken we dat we flink zijn afgedreven, dan maar het eigen anker naast de ankerbal gebruiken dat blijkt voldoende. Een idyllische plekje achter een beboste heuvel met een villawijkje met op de top een postkantoor en een kruidenier. De kruidenier vindt het leuk om met ons over vooral de overeenkomsten tussen onze talen te praten, hij kan wel Nederlands lezen maar niet verstaan, terwijl wij als men het rustig uitspreekt heel wat woorden herkennen die te vergelijken zijn met Nederlandse woorden. Denk maar eens aan Lystboaten, de "Y" spreek je uit als een "U" dus lustboten, vrij vertaald plezierjachten.

We hebben het gevoel dat de tijd dringt, we willen nog naar plekjes in het noordelijk deel van Denemarken, daarom de volgende dag het anker gehesen en langs de ander kant van Venø-eiland verder het Lymfjord in, we denker er aan om het eiland Mors te ronden maar de wind is hart en waait pal uit die hoek, we kiezen voor het eiland Fur en gaan door de Fur-Sund wedrom naar een stille ankerplek, daar ligt een grote stevige ankerbal die ons wel goed op de plaats houd, de temperatuur is inmiddels gezakt naar minder aangenaam en lokt het water niet om te zwemmen, dat is maar goed ook want het stikt hier van de kwallen. Langs het strand en in de nabijgelegen bossen is het aardig wandelen. Achteraf was een overnachting bij het plaatsje bij Sønderhede wellicht mooier geweest. Naast dat het kouder is geworden, is het de volgende dag ook bewolkt met dreigende donkere wolken maar het blijft droog de wind is enigszins wisselend, erg hard gaat het niet. Bij het eiland Gjøl barst er toch een flinke bui los en besluiten we daar de haven op te zoeken, het laatste vrij ondiepe stukje op de motor gaar zeer moeizaam, de boot lijkt niet vooruit te branden. Er zit een hoop wier en touw om de schroef en Jan kan de zwembroek aandoen om e.e.a. te verwijderen. Gjøl is een vrij groot eiland, het dorpje is zeer langgerekt en aan de haven staat een zeer karakteristieke, wit gepleisterde KRO. Gezien de langgerektheid van het dorp gaan we de volgende dag met de fiets boodschappen doen, zeker omdat de benen nog moe zijn van de lange wandeling gisteravond. De zon is wel weer gaan schijnen en we gaan op weg naar de grootste stad aan het Lymfjord, Aalborg. We meren af in de Vestrehavn voor de brug, achteraf bleek de haven na de bruggen de Østrehavn ook goed toegankelijk en dan zit je midden in de stad. Een mooi centrum met veel en gezellige winkelstraten.