Daar hebben we dan de keus om door de kanaaltjes te varen of via de Elbe en Noordzee huiswaarts te keren. De windvoorspellingen zijn niet gunstig, weinig wind bij warm weer en kans op onweersbuien met windstoten. Otterndorf wten we nog net op tijd te bereiken, naast de toegangsgeul valt het al droog en daarover heen spoelen dreigende golven van voorbij varende bulkcariers. In het haventje ontmoeten we een mede "Toerzeiler" die zijn boot al helemaal klaar heeft voor de kanalenvaart. De volgende ochtend is het inderdaad stil weer en kiezen we er voor om ook de mast te strijken en met de anderen door het getijdenafhankelijke sluisje te varen.otterndorf De toegang tot deze sluis is onwaarschijnlijk klein en de afmeerpalen zeer groot en qua lengte berekend op vrachtschepen. De vaartjes daarachter vrij ondiep, max. 1.50 met onze 1.35 moeten we regelmatig het midden opzoeken. En dan te bedenken dat dit kanaal met de hand gegraven is voor vrachtschepen die overigens niet breder mochten zijn dan 5 meter en een max. 1.5 mtr diepgang geladen. Op ons gemakje 8 km per uur komen we samen met de collega toerzeiler aan in Bremerhaven van waaruit we de volgende dag net de stroom mee de Weser opvaren, daarna de Hunte tot aan Oldenburg, het is een warme en windstille dag.

De sluis bij Oldenburg ken een fors verval en alleen achter in de sluis kan de pleziervaart zich aan een trap vastklampen, na de sluis vinden we direct aan stuurboordzijde een prima overnachtingplaats voor beide schepen in het Küstenkanal, het kanaal opzich is vrij eentonig en 60 km lang zonder dorpjes met aanlegplaatsen. Als we op de Ems aankomen nemen we ook nog de drukke sluis bij Herbrum waarna we weer op getijdenwater zitten die ons met de stroom mee naar Papenburg brengt. Van de sluismeester mogen we aan de buitenkant van de sluis afmeren om te overnachten. het is al laat genoeg geworden, 80 km motoren, je zou bijna vergeten dat je een zeilboot bent. Het laatste stuk van de Eems naar Delfzijl moeten we ook motoren omdat het windstil is hebben we de mast laten liggen. Na de boodschappen gedaan te hebben in Delfzijl vinden we een enigszins verkoelend plekje net na de zeesluizen. het water is zo warm dat het oppervlaktwater geen verkoeling biedt en er dieper gedoken moet worden om iets van verkoeling te merken. We bereiden ons voor op morgen nog een lange warme dag en zitten ontspannen in een avondkoelte bij te komen. Via het Eemskanaal naar Groningen en het Van Starkenborghkanaal naar het Bergummermeer. Een briesje geeft verfrissing we gooien het anker uit net naast de vaargeul en vinden lekkere verkoeling in het water. In de Princenhof vinden we een plekje voor de nacht, de volgende dag het is dan 25 augustus varen we tot het Sneekermeer op de motor, daarna kan er hoog aan de wind gezeild worden naar Lemmer. Na de de sluizen vinden we een ankerplek in de kom achter de IJsselmeerdijk, die nacht krijgen we voor het eerst de voorspelde onweersbui, maar we liggen veilig in de luwte. De onweersbui brengt ook voor de volgende dag veel wind mee en met een NW 6 racen we over het IJsselmeer, via Lelystad in 1 keer door naar Amsterdam waar we afmeren in jachthaven Aeolus.

Via het Amsterdam-Rijnkanaal, de Waal, sluis st. Andries. de Maas meren we weer af op 28 augustus in onze eigen jachthaven de Batavier te Niftrik. Terugkijkend ervaren we de tocht als te lang voor 5 weken, op de manier waarop wij de afstanden overbruggen elke avond naar een haven, ook de dagtochten zijn erg lang omdat er te weinig havens tussen liggen voor kortere afstanden. Wat wel goed is uitgepakt dat je het Lymfjord beter van West naar Oost kunnen varen dan andersom, we hebben het hele Fjord met ruime wind kunnen zeilen. Daarbij zijn de wateren in het Lymfjord voor de helft echt ruim water, te vergelijken met een half ijsselmeer, als je meer tijd hebt en mooi weer dan kun je daar heel veel tijd doorbrengen op veel verschillende plaatsen. De tocht door de Duitse kanalen was wel gemakkelijk maar duurde lang en is overwegend saai.